woensdag 19 oktober 2011

Liefde is...

Wat is liefde? Ik vroeg het mij af toen ik op de radio het nummer “What is Love” van Haddaway, hoorde. Voor wie het niet kent: een enigszins dramatische populaire Dance plaat uit de jaren negentig. Het viel mij vooral op doordat hij in dit liedje zingt ‘…baby don’t hurt me, no more’. Dat klinkt aandoenlijk en roept voor mij vragen op. Liefde wordt toch minstens als iets plezierigs beschouwd?  Dat ‘Love’ soms ‘hurts’ is waarschijnlijk net zo vaak bezongen als het mooie ervan. Hurt en liefde, ze lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden, het geeft het bitterzoete accent aan liefde. Andere synoniemen die ik even snel kan bedenken voor liefde zijn: passie, trouw, vlinders, verbinding en delen. Maar liefde is subjectief. Ondanks een nauwelijks te benoemen gemeenschappelijke factor is liefde voor iedereen uniek. Ook  in de mate van uiten van je gevoel voor hem of haar en wat jij als blijk van liefde van de ander ziet, verschillen mensen van elkaar. Liefde is in het ideale geval wederkerig. Niet dat het perse minder intens hoeft te zijn bij een onbeantwoorde liefde maar het eenzijdige roept drama op. Het is overigens nog maar de vraag welke liefde bestendiger is in de hedendaagse samenleving: de beantwoorde liefde of de onbeantwoorde, die ook een leven lang kan blijven bestaan.  Een iets andere interpretatie van Eeuwige liefde, als in de zin van tot de dood toe blijven wachten op die ene onbereikbare vlam.  Eeuwige liefde roept ook een tegenstrijdigheid op met wat de statistieken laten zien over onze huidige  maatschappij: hoe kan zo iets ongrijpbaars als liefde eeuwig bestaan voor wie alleen wil consumeren? We blijven er wel in geloven als we er aan beginnen, want het is een mooi idee. Sprookjesachtig. Ze leefden nog lang en gelukkig. Wie wil dat niet? Iemand die altijd van ons blijft houden en die voor ons altijd op de eerste plaats komt vanaf het moment dat de vonken eraf vliegen, totdat we samen grijs, oud en gerimpeld zijn . Gelukkig krijgen we in de liefde vaak meerdere kansen als het met de eerste niet goed uitpakt. Hoe zit het eigenlijk met onvoorwaardelijke liefde? Bestaat dit, anders dan bijvoorbeeld in de liefde van een moeder voor haar kind? Net als waarschijnlijk velen met mij, ga ik graag uit van beantwoorde, onvoorwaardelijke liefde. Het zit in mijn aard om van een happy ending uit te gaan. Het heeft ook een soort van beloningselement. Dan heb je immers gevonden waarnaar  door zo velen met smacht gezocht wordt. Een bij veel mensen (waarschijnlijk vooral vrouwen) bekende cartoon, is “Liefde is…”,  van de cartoonist Kim Casali. Deze wordt al  sinds het begin van de jaren zeventig regelmatig in veel kranten over de hele wereld gepubliceerd. Die cartoon geeft ook maar gedeeltelijk antwoord op de vraag “Wat is liefde?”, want het zijn meer uitingen van liefde door het wat sullig ogende, lief en zonder kleding getekende, stelletje in de cartoon. Het verhaal achter de cartoonist zelf komt voor mij meer over als waar het hier om draait; zij begon deze tekeningetjes te maken toen ze als jonge vrouw verliefd werd op Roberto Casali, die later haar man werd. Toen hij haar ten huwelijk vroeg liet ze hem beloven haar nooit te verlaten. Het bijzondere in haar verhaal, of eigenlijk hun verhaal is dat ze samen besloten om nog een kind te maken toen bij hem ongeneeslijke kanker werd ontdekt. Ze hadden al twee kinderen. Het stel probeerde het voor hij dood ging nog op de natuurlijke manier maar dat had geen zwangerschap tot gevolg. Ze hebben toen zijn sperma ingevroren waarmee zij later, na een aantal mislukte pogingen toch nog een keer zwanger is geworden, nadat hij al was overleden. Dat was voor die tijd behoorlijk vrijgevochten, een postume bevruchting. Zij verklaarde in antwoord op de kritiek daarover dat het nóg een herinnering was aan haar fantastische echtgenoot. De geboortekaartjes die ze verstuurde waren, hoe kan het ook anders, geïllustreerd met een cartoon van “Liefde is…”.
Ik moet bekennen dat dénken over ‘wat liefde is’,  gemakkelijker gaat dan het opschrijven; de gedachten erover lijken net zo vluchtig als liefde zelf als ik ze probeer te vangen.  Misschien is dat de diepere betekenis achter mijn vlinder-synoniem, het fladderige, ongrijpbare en fragiele van liefde. Of is liefde vooral onlosmakelijk verbonden met chemie, want zonder feromonen is er geen vuurwerk. Ik voel mij intussen een heuse  pseudowetenschapper en vraag mij af of de vraag wel echt onderzoekbaar is. Hoe kan zo iets subjectiefs worden gegeneraliseerd naar een algemene (en beknopte) definitie? Complete regenwouden aan papier zijn er al over volgeschreven en de wetenschap doet alsof haar neus bloedt en begint er niet eens aan buiten de filosofische tak. Waar ben ik aan begonnen? Door in mijn werkgroep een artikel over de chemische boodschap in de menselijke traan te  moeten presenteren, en het horen van een vraag in een liedje, dacht ik het mysterie even te kunnen ontrafelen! Ik ken het alleen vanuit mijn eigen ervaring en kan er in zo’n sfeer meestal alleen maar over dagdromen in het kader van het onderwerp van mijn liefde. Het is zelfs niet iets dat met vriendinnen onder elkaar vaak wordt besproken, want die gesprekken over liefde kennen grofweg twee soorten: Alles willen weten van een nieuwe partner van een vriendin of samen doornemen wat er mis is gegaan wanneer een relatie over is. Ik heb nog nooit eerder simpelweg aan een vriendin gevraagd wat haar definitie van liefde is. Is liefde eigenlijk nog wel zo mooi als je het mysterie kan ontrafelen? Misschien moet het dat gewoon blijven, een mysterie. Zonder een meer bevredigend antwoord te hebben bedacht op de oorspronkelijke vraag van Haddaway sprong ik intussen met mijn gedachten naar een ander aspect van liefde: de ontvankelijkheid om liefde te kunnen herkennen. Dat kwam door een volgend nummer dat ik herkende op de radio, van Bob Marley: Could you be loved. Jezelf aan een ander verbinden en toch jezelf blijven, zoals hij bezingt vraagt een zekere bereidheid. Dat verbinden doet me denken aan de hechtingstheorie van Bowlby. Meer en meer wordt gedacht dat die theorie net zoveel opgaat bij volwassen mensen als bij jonge kinderen. Een goede (emotionele) gehechtheid maakt dat je op andere gebieden van je leven ook lekkerder functioneert, omdat je een veilige basis hebt waar je op terug kan vallen. Een bijzondere emotionele verbinding met een ander, dat vind ik wel een aardige verklaring voor nu. Liefde is ook (vooral?) een kwestie van chemie maar bovenal is Liefde te mooi om verder te ontleden. Liefde, alleen het woord al klinkt als muziek in de oren. 

woensdag 12 oktober 2011

Balans

Help! Ik moet mijn presentatie over het artikel van de chemische boodschap in menselijke tranen nog afmaken. Straks naar de werkgroep over somatoforme stoornissen. Tentamens voor eind oktober voorbereiden. Voor de pilot met de grote landelijke autorijschool moet ik verder schaven aan het pakket voor faalangst. Mijn huis opruimen. Boekhouding doen. Stop! Ik laat mezelf bijna helemaal in de stress schieten. En stress maakt ziek. Waarom stress ziek maakt gaat Dr. Brosschot binnenkort onderzoeken in Leiden, zag ik op de website van de universiteit. Hij was mijn docent voor het vak Stress, Gezondheid en Ziekte, vorig jaar. Ik vond dat een heel leuk vak en ook het boek dat erbij hoorde van Sapolsky, Why Zebras don’t get Ulcers was interessant. Stress hoort bij het leven maar chronische stress schijnt funest te zijn. We zouden als mensen wat meer moeten luisteren naar ons lichaam. In deze Westerse, individualistische maatschappij zijn we echter vooral gefocust op presteren. Ieder voor zich, en God voor ons allen, maar Die is in een vergeethoekje geraakt bij de meesten. Gisteren werd ik in een leuke discussie betrokken. In het rookhok bij FSW zat een groepje mensen met verschillende culturele achtergronden te praten over hoe koud Nederlanders zijn. Het waren merendeels bekende gezichten voor mij, een aantal van Politicologie en van Psychologie, waaronder eentje die met de master Sociale Psychologie bezig is. De enige Nederlander die tot dusver mee discussieerde was een meisje. Omdat ik zichtbaar geïnteresseerd vanaf een afstandje die discussie volgde vroeg de Marokkaanse jongen van Politicologie wat ik er van vond. Ha, dat vond ik leuk. Ik schoof mijn stoel bij de groep en vertelde dat ik mijzelf geen Nederlander voel. Ik weet het, daar moet ik mee oppassen, daarom zal ik proberen uit te leggen wat ik bedoel: De manier waarop bij ons bepaalde zorgtaken afgewenteld worden op de overheid. Het stoïcijns langs elkaar heenlopen, zonder op te kijken of te groeten. De focus die vooral op materiële zaken ligt en het gehaast doen. Ik heb een dochter die Culturele Antropologie studeert en toen ik tegen haar vertelde dat mensen met een psychische stoornis als bijvoorbeeld schizofrenie in Oosterse culturen veel beter  worden bejegend, dat ze meer in de gemeenschap opgenomen blijven dan hier in het Westen, wees zij mij op de andere kant: bijvoorbeeld homoseksuelen worden in die culturen vaak verstoten door de gemeenschap. Zo ging ook de discussie met het groepje in het rookhok. Ieder noemde wat voors en tegens. Beide stromingen hebben natuurlijk voor- en nadelen. We waren het er over eens dat het zo mooi zou zijn als alle mensen van elkaar konden leren, want ook hier gaat het om balans. Net als bij stress. Een beetje stress is goed, dat spoort ons aan, maar teveel, langdurige stress haalt ons uit balans. Een duidelijk voordeel van inter-culturalisatie vind ik persoonlijk terug in de keuken. Het komt zelden voor dat ik puur Hollands eten kies. Ook daar waren we het als discussiegroepje over eens. Het Hollandse meisje zei zelfs dat zij tot haar zesde jaar nog nooit eerder een aardappel op haar bord had gehad. Al vond ik het een beetje onwaarschijnlijk dat zij zei dat ze niet wist wat een aardappel was. Maar weet iemand een restaurant te noemen dat de Hollandse Keuken serveert? Ik bedoel anders dan een Pannenkoekrestaurant. Het is toch heerlijk om te kunnen kiezen uit Mexicaans, Italiaans, Indonesisch of een ander exotische keuken? Met geloof is het volgens mij de laatste tijd ook zo: we kunnen kiezen of we op een traditionele manier willen bidden en naar een kerk gaan of dat we via meditatie op een andere manier steun en vrede in onszelf proberen te vinden. De jongen in het groepje die uit Curaçao komt vertelde over het verschil dat hij ervoer toen hij na drie maanden daar weer terug was in NL. Een portier van FSW die ook even een sigaret kwam roken haakte aan en zei dat hij na een vakantie in Thailand pas goed besefte hoe gehaast we zijn hier. Toen ik mij hardop afvroeg of temperatuur van invloed is op het tempo waarin en de manier waarop we leven was iedereen het met mij eens. Als het zo warm is zoals in Curaçao of Thailand, kan je bijna niet anders dan een stapje langzamer lopen. De Indonesische jongen beaamde dat met het voorbeeld dat in Japan, waar een prestatiemaatschappij heerst, het aantal mensen met burn-out enorm is. Het klimaat in dat land varieert van een gematigd zeeklimaat tot in het meest zuidelijke deel een subtropisch klimaat. Via de warmte in de diverse landen kwamen we tenslotte uit op de warmte tussen mensen onderling. De Marokkaanse jongen vertelde hoe het in zijn cultuur er aan toe gaat op sociaal gebied. Dat voedsel en gastvrijheid vanzelfsprekend met anderen worden gedeeld. Ook mijn Indonesische buurvrouw leerde mij dat: op nieuwjaarsdag staan op haar thuiseiland de voordeuren van iedereen wijd open. Het is dan traditie dat iedereen bij elkaar binnenvalt en mee eet van de rijkelijk aanwezige hapjes. Ja, wij hebben oliebollen met Oud & Nieuw. Die kennen ze nergens anders. Er zijn maar weinig gerechten die je wereldwijd aantreft. Mac Donalds doet zijn best daarin maar behalve de grote letter M die overal ter wereld gelijk is, varieert het menu toch wel per cultuur. Chinees eten leek mij het enige universele eten te zijn. Totdat ik eens in Parijs een Chinees restaurant bezocht; helemaal geen bami of nasi op de kaart te bekennen. Het was inmiddels tijd om het rookhok te verlaten en weer terug te gaan naar onze studieactiviteiten. Grappig eigenlijk hoe roken tot zoiets leidt. O nee, ik zal roken hier niet goed gaan praten maar als je ook daar balans in kan vinden is het leven toch gewoon verrukkelijk?

woensdag 5 oktober 2011

Eten bidden beminnen

Het was al kwart voor zes toen we,  Sam, mijn dochter, en ik, bedachten dat we eigenlijk trek hadden in een stukje hartige taart van de Bakkerswinkel als avondeten. “Jaaaa”, zei Sam genietend van het idee. Ik wierp tegen dat het al te laat was, die winkel sluit om zes uur en het is veel langer rijden dan een kwartier, dacht ik. Ongelovig keek ze me aan. Hoe kon ik dat nou zeggen. “Op de fiets”, zei ik. “Nee, met de auto natuurlijk, jij wil tegenwoordig overal met de fiets naartoe”, kreeg ik van haar terug, terwijl ze me enigszins smekend aankeek. Ik was snel overgehaald want ik kon ook niet veel anders bedenken voor het eten vandaag.  Dat heb je soms, dan heb je iets in je hoofd en moet je het hebben ook. “Kom op dan! We gaan nu direct!”, zei ik, ondertussen mijn autosleutels uit mijn tas vissend. We holden de deur uit, sprongen in de auto en gehaast reed ik weg. Je zal het altijd zien, als je haast hebt zitten er slome duikelaars voor je op de weg. Het viel nog mee. Onderweg bedacht ik waar we het best konden parkeren. Die winkel zit in een oud straatje, halverwege twee parkeerterreinen en vanaf beide moet je een stukje lopen. Ik koos het grootste parkeerterrein en dat koos de bestuurster van de auto voor mij ook. Tergend langzaam reed zij voor mij het parkeerterrein op. Ik bedwong mijn ongeduld nauwelijks. Tot overmaat van ramp ging ze zonder richting aan te geven achteruit in parkeren. Nijdig maakte ik een gebaar met mijn hand dat staat voor “knipperlichten” (althans, bij mij thuis) en scheurde daarna met piepende banden om haar auto heen. Ik vind dat nog steeds stoer klinken, banden die piepen als je optrekt. Ik dacht dat Sam het beste vooruit kon hollen maar omdat ik gemakkelijk een parkeerplaatsje vond rende ik maar meteen met haar mee. Al rennend bedachten we hoe ironisch het zou zijn als de zaak toch net dicht was. Of nog erger: als ze geen hartige taart meer hadden. Al vanaf een afstandje zagen we dat de winkeldeur nog openstond. We vielen zowat letterlijk met de  deur in huis. De winkeljuffrouw keek verrast op en vroeg wat we wilden hebben. Ik moest eerst even op adem komen en gebaarde hijgend naar Sam dat zij het woord moest doen. Sam vroeg of ze nog hartige taart had en de juffrouw pakte een blaadje waarop het assortiment beschreven stond en zei dat alleen de ragouttaart er niet meer was. Gelukkig was dat nu net de taart waar we geen belangstelling voor hadden. We bestudeerden de lijst even, het zag er allemaal heel lekker uit. De Bakkerswinkel is een bakkerij met eetgelegenheid. Het interieur ziet er niet uit, echt allemaal bij elkaar geraapt oud en krakkemikkig meubilair. Dat is, naast het lekkere eten, ook de charme van deze zaak. Het hele etablissement bestaat uit gekke hoekjes, aanbouwtjes, een langwerpige serre met een volière achter glas en een heerlijke tuin. De tafeltjes in de serre zijn voormalige naaimachinetafeltjes met aan de onderkant een trapmechanisme. Het is mooi van lelijkheid zou mijn oma zeggen. Het eten is heel ambachtelijk en varieert van sandwiches waar je beleg en dressing zelf samenstelt tot hartige taarten, heerlijke zoete taarten en je kunt er ook high-tea-en. Toen de kinderen nog klein waren gingen we er zaterdags tijdens het winkelen vaak even naartoe. We hadden onze keus snel gemaakt en bestelden een stuk tomatenquiche en een stuk gehakttaart. Terwijl die werden afgesneden stonden we verlangend te kijken naar al het zoete lekkers in de vitrine en besloten meteen maar een toetje mee te nemen. Een stuk cheesecake voor mij en Sam ging voor een scone met clotted cream. Blij met onze aankoop liepen we een heel stuk rustiger dan op de heenweg daarna de winkel weer uit terug naar de auto. Lachend omdat we op tijd geslaagd waren gingen we terug naar huis. Terwijl de oven aan het voorverwarmen was besloten we onder het eten de film Eat Pray Love te gaan kijken. Toepasselijk. 

donderdag 29 september 2011

Wisselende contacten

Na de wiskundecursus waren de studiegenoten die ik daar had leren kennen de enige die ik herkende wanneer ik op de faculteit was. Ik weet nog goed hoe immens vol ik de collegezaal vond toen ik de eerste cursussen van de studie Psychologie volgde. Ik had moeite tussen al de rijen gezichten een bekende te zien. Op zich maakt dat niet zoveel uit want tijdens de colleges is er niet veel gelegenheid om iemand beter te leren kennen. Daar waren de (rook)pauzes en verplichte werkgroepen meer geschikt voor. Met meer dan vijfhonderd studenten in een studiejaar kom je dan zeker in het begin veel nieuwe gezichten tegen.   Het heeft dan ook even geduurd voordat ik in de wandelgangen wat meer gezichten begon te herkennen van medestudenten. Het groepje waarmee ik Tutoraat had was heel klein, en van die mensen zie ik nog maar één meisje geregeld bij het een of ander. Van de werkgroepen in het tweede jaar ben ik met een aantal vriend op Facebook geworden. De laatste grote werkgroep van dat jaar leverde een flinke toename van Facebook vrienden op. Dat was een cursus waarin we elkaar echt wat beter leerde kennen op een meer persoonlijk vlak. Het ligt dan nog meer voor de hand om contact te houden via Facebook. Toch zie ik de meeste van mijn Facebookvrienden zelden in een persoonlijker setting dan daar online. Nu in het derde jaar met weer nieuwe werkgroepen zitten er meer mensen bij die ik al van eerdere groepen ken. Het geeft wel een leuke draai aan die bijeenkomsten. Vandaag, voor mijn werkgroep begon, kwam een goede bekende van die eerdere grote werkgroep naar mij toe. We kletsten een beetje bij en door mijn opmerking dat ik vandaag op de fiets was gekomen zei zij, ja dat heb ik op Facebook gezien. Daarna ging het gesprek verder over Facebook. Wat een gek medium is dat eigenlijk. Zoals zij zei zit je dagelijks de updates van je vrienden te lezen en hun foto’s te kijken en leidt het enorm af van wat je eigenlijk zou moeten doen, zoals studeren. Ik vind het wel handig om dingetjes te delen met mensen die ik lief of leuk vind, zoals mijn kinderen, maar vergeet ook vaak dat heel veel anderen er ongemerkt van mee “genieten”. Wat voor sommigen leuk is om te lezen leidt bij anderen misschien tot irritatie. Het is alsof je met zo’n leuke magneet berichtjes voor je huisgenoten op je ijskast plakt maar er ongemerkt honderd vrienden langs die ijskast lopen. Sommige van die vrienden zien dingen van je die je in het “gewone” leven nooit aan ze zou hebben laten zien. Er zijn zelfs vrienden van over de hele wereld in mijn lijst die ik nog nooit heb ontmoet omdat ik ze via een spel heb leren kennen. Aan de andere kant is het wel door Facebook dat ik afgelopen zomer een enorm gave vakantie in Amerika heb gehad samen met een leuke Amerikaan. Zonder Facebook had ik hem nooit leren kennen. Via ondermeer Facebook is het ook vrij makkelijk om contact met hem te houden en met de nieuwe mensen die ik daar via hem heb leren kennen. Waar zouden we zijn zonder Facebook? We kunnen onze vrienden laten weten waar we uithangen, video’s en foto’s delen, spelletjes met ze spelen, berichtjes sturen en chatten. Het maakt niet uit of iemand verhuist, via Facebook kunnen we ze altijd weer opsporen. Ik ben nu sinds kort in het bezit van een smartphone en het is best handig om overal internet tot je beschikking te hebben. Tot nu toe kan ik mij nog bedwingen om automatisch via Facebook te laten weten waar ik “ingecheckt” heb en de automatische synchronisatie die ook ’s nachts met een geluidje liet weten dat er een reactie was heb ik snel weer uitgezet. Ik ben er sowieso wel achter dat je beter iets kunt “liken” dan een reactie geven want soms werd ik knetter van al de berichtjes over  reacties van anderen. Hoewel, Facebook heeft dat nu opgelost door niet meer zoveel mail te sturen. Google+ heeft kortgeleden het idee van Facebook overgenomen. Net voordat Facebook gelegenheid ging bieden om selectiever te delen wat je kwijt wil had Google+ al het idee van “kringen” geïntroduceerd. Om, zoals zij dat vertelden, berichtjes voor je vrienden gescheiden te houden van wat je moeder mag zien. Het lijkt er op dat deze twee media een ware competitie zijn aangegaan. Bij Google+ kun je chatten, echt praten zoals in een telefoongesprek en met meerdere mensen tegelijk filmpjes op Youtube bekijken. Facebook kondigde recent aan binnenkort met iets nieuws te komen dat ze Timeline noemen, je hele levensloop in film en foto’s online. Deze twee grote broers houden ons voorlopig lekker zoet en laten ook goed zien dat we dan eens veel met de een en dan eens veel met een ander omgaan. Een chart voor onze wisselende contacten.

donderdag 22 september 2011

Soggen

Help! Ik ben verslaafd aan een internetspelletje. Mafia Wars op Facebook. Ik begon aan Facebook omdat ik het een intelligenter alternatief vond voor Hyves. O, o, wat een vergissing. Eerst dacht ik nog dat de toegevoegde waarde van Facebook bestond uit het internationale karakter EN de mogelijkheid om online schaak te spelen met mijn studiegenootjes. Ik begon met het zoeken van bekenden die ook op Facebook staan en het aantal klom langzaam op naar een bescheiden tiental. Inclusief mijn vier kinderen! Toen werd ik door een vriend ingewijd in het spel poker en vond het leuk dat ik dat af en toe online kon spelen om er mee te oefenen, gewoon gratis, met nepgeld. Niet lang daarna leerde ik via iemand anders het spel Mafia Wars kennen. Het zelfde principe als het spel Farmville dat ik al door twee van mijn kinderen had leren kennen. De andere twee kinderen bleven er wijselijk van af. Ik begreep er toen weinig van waarom ze zo nodig steeds aan de computer moesten om pompoenen en dergelijke te oogsten. Nou, ik weet het nu. Mafia Wars, zucht.
Het komt erop neer dat je zoveel mogelijk levels doorloopt en dat gaat het snelste als je andere mensen rekruteert. Mijn bestaande voorraad vrienden bood niet veel liefhebbers. Maar er was een forum hoorde ik, daar kon je “vrienden” vinden. Nu begreep ik meteen waarom ik direct nadat ik met het spel begonnen was twee vriendschapsverzoeken van volslagen vreemdelingen had gekregen en na ze een paar weken te hebben laten wachten, voegde ik ze scrupuleus toe. Dat kon ik nog wel enigszins goedpraten, vond ik. Ook mijn zoon werd enthousiast voor het spel en natuurlijk gingen we bij elkaars Mafia familie om zo elkaar te helpen. De vriend die mij enthousiast gemaakt had voorzag mij dagelijks van een “energy pack” waardoor ik net wat meer rondjes kon spelen dan met de standaard voorraad. Nu ik het zo zie lijkt het wel een beetje op drugs dealen. Eerst gratis verstrekken en dan … ben je verslaafd!
Op dit moment is het zo dat ik alle vriendschapssuggesties klakkeloos aanvaard, want ik wil het aantal mafialeden in mijn spel laten groeien. Mijn profielpagina wordt overspoeld door berichtjes van bonussen en andere lokkertjes om het spel steeds weer te spelen. Gisteravond vroeg ik mij hardop af wat ik nu eigenlijk zo leuk vind aan dit spel. Het leid mij enorm af van de dingen die ik moet doen, studeren en andere dingen. Mijn zoon was er. Zoals gebruikelijk had hij zijn laptop mee gebracht. Even gingen we samen met laptops naast elkaar vergelijken waar we elkaar in het spel het meest mee konden helpen. Want er was een speciale Valentijnsactie! Ik stuurde hem wat “giften” en hij stuurde mij er wat. Toen begon ik een War tegen hem, dat had hij vorige week ook tegen mij gedaan. Eerst vond ik dat hele oorlogsgedoe een zwaar minpuntje van dat spel maar sinds ik had gehoord dat dit gebruikelijk en “leuk” is om tegen je eigen vrienden te “vechten” deed ik er dus aan mee. Het droeg immers allemaal bij aan mijn voortgang in het spel. In ieder geval was mijn oorlog tegen mijn zoon nog geen kwartier bezig of hij zei doodleuk dat hij de toepassing van zijn Facebook ging verwijderen! Hij besefte dat het hem steeds tot zinloos klikken op zijn laptop aanzette en hij had er genoeg van. (…) Ik voelde mij werkelijk in tweestrijd staan toen, ik had net allemaal nieuwe vriendschapsverzoeken uitgezet en hij deed wat ik diep van binnen eigenlijk ook wilde doen, ermee kappen omdat er eigenlijk geen fluit aan is. Toch heb ik het nog niet gedaan, ik ben nog steeds geregeld aan het klikken daar en besef dat ik morgen vrijwel onvoorbereid mijn colleges ga volgen. Studie ontwijkend gedrag. Soggen dus. 

zaterdag 10 september 2011

Slimme Hans is terug

Slimme Hans is gereïncarneerd als varken. Of eigenlijk is de boer van het slimme paard Hans terug gekomen als varkenshouder. Eén van de leukste anekdotes van de eerste cursus in de opleiding Psychologie was het verhaal van het intelligente paard Hans. Dit paard kon de meest moeilijke vragen beantwoorden en verbaasde zelfs wetenschappers met zijn vermeende intelligentie. Of het nu ging om rekensommen, jaartallen of topografie, Hans gaf feilloos het juiste antwoord. Hoe? Door met zijn hoeven te schrapen, net zo vaak als de uitkomst groot was. Eerlijk gezegd lijkt het mij voor rekensommen iets eenvoudiger dan bij topografievragen, maar goed, zo ver ging het verhaal niet. De moraal van dit verhaal was bias. Bias betekent vertekening, bevooroordeling. Het werd ons uitgelegd in het kader van hoe je goed onderzoek op zet. Je kunt als onderzoeker (onbewust) focussen op een uitkomst die je hoopt te vinden en dat is net zoiets als consequent naast de roos schieten. Wat heeft dit nu met Hans te maken? Wel, iedereen was vol van de intelligent lijkende kunsten van Hans. Totdat een onderzoeker in het publiek op het idee kwam om Hans te blinddoeken. Hans bakte er zo niet veel meer van, want, hij kon de subtiele, onbewuste signalen van zijn baas niet meer zien. De signalen die niemand anders in het publiek waren opgevallen maar waar Hans met zijn fijngevoelige dierlijke aard wel op reageerde. Vanmiddag hoorde ik op de autoradio een interview met een varkenshouder uit Oss. Ik geloofde eerst mijn oren niet. Deze man vertelde dat ze tijdens het kunstmatig insemineren van de varkens vaak Nederlandstalige muziek op hebben staan. Dat kan haast niet anders in Oss. Het was hem kortgeleden opgevallen dat dit karwei voorspoediger verloopt wanneer er muziek opstaat van de Volendamse Jan Smit. De dj Jeroen van Inkel ging mij er iets te gedetailleerd op in. Je maakt mij niet wijs dat een varken zich gewilliger laat insemineren door muziek, waar hebben we het eigenlijk over? Dat legde de boer vervolgens ook uit: zakjes met sperma die vlotter naar de plaats van bestemming dreven. Iets te beeldend zo in de file. Heeft iemand er al aan gedacht hoeveel het misschien kan uitmaken als degene die het insemineren uitvoert dat ontspannen doet? Een zeug is ook maar een zeug. De opmerking waar het interview mee werd afgesloten: De beren (mannetjesvarkens) liepen nu met een boog om de radio heen als Jan Smit te horen was, maakte voor mij de verbinding naar het verhaal van Slimme Hans. Misschien is dit verhaal nog wel meer antropomorf dan dat van Hans. Thuis wilde ik eerst eens nagaan of er meer hierover gezegd was. Ik zag op het internet dat vele kranten over dit “nieuws” kopten. De meest ranzige was het AD die zegt dat varkens geil worden van Jan Smit. Mijn conclusie is dat het hoogstwaarschijnlijk de boer is die onder invloed is van de Volendamse zanger en de media hebben laten zien dat Slimme Hans nog steeds voortleeft. Dit keer als plugger voor Jan’s muziek!

dinsdag 12 april 2011

Frauen power

Locatie: Sonnenhügel in Sankt Englmar (Beierse Woud) Vrouw: Barbara Karl. Website: http://www.sonnen-huegel.de/ Een fantastische plek, hoog op een heuvel, vandaar de naam, waar je culinair kunt genieten, heerlijk kunt slapen en bij de open haard kunt nagenieten van een dag ploeteren in de sneeuw. Wintersporten is aan mij niet besteed, ik heb het een paar keer geprobeerd, maar voor Sonnenhügel ga ik echt nog wel eens terug. We leerden deze plek kennen doordat de eigenaar als enorm aantrekkelijke bartender over de ijsbar naast de piste regeerde. Thomas. Op zijn Duits uitgesproken klinkt het nog veel leuker! Echt een leuke vent. En toen kwam het ter sprake dat hij ook eigenaar was van Sonnenhügel, een restaurant en pension. Maar ook van de plaatselijke discotheek en nog een bar bij de andere piste. We gingen er eten met de hele club. Een brunch om de verjaardag van één van de vakantiegangers te vieren. Geweldig wat er allemaal op tafel kwam. Heerlijk brood en overvloedig beleg. Op de kaart stonden ook diverse soorten thee waar de Frauen power thee meteen uitsprong. Warm aanbevolen door Barbara, de vrouw van Thomas. De kleur van die thee valt moeilijk te beschrijven: roder dan gewone thee in ieder geval. Terug in Nederland blijkt die zelfde thee onder de naam Women’s Energy te koop bij de natuurwinkel. Wat valt het tegen dat de smaak dan toch zo anders is. Wellicht ontbrak er een vleugje Sonnenhügel aan deze variant.

Toch heb ik daarna nog vaak kunnen genieten van Frauen Power op Hollandse bodem. In een andere vorm en setting weliswaar maar minstens zo bijzonder. Recent nog. Zoals ik al eerder schreef heb ik een enorm leuke en interessante schrijfcursus gevolgd bij Klaartje Dullemond in Amsterdam. Samen met Marieke en Mireille hebben we leerzame en gezellige uurtjes doorgebracht in haar atelier. We bespraken onze verhalen en wisten het allemaal zeker: we gaan een bestseller schrijven! Kort na afloop van de cursus was Marieke de eerste die daad bij woord voegde. Zij veranderde van baan en deelde haar werkweek zo in dat zij een dag per week aan schrijven kon besteden. Mireille en ik doen er iets langer over.
Een andere vrouw waarbij ik aan Frauen Power moet denken is Annemarie Postma. Ooit was zij columniste in het Algemeen Dagblad en ik keek steeds reikhalzend uit naar haar nieuwste. Zij heeft al verschillende inspirerende boeken op haar naam staan.
En nu, na de IBV cursus zijn er weer wat inspirerende vrouwen om mij heen die I.M. en mij  aanmoedigen om te schrijven en publiceren. Ik kan er nu niet meer om heen, bedenk ik, terwijl ik tevreden nog een slokje thee neem.