woensdag 19 oktober 2011

Liefde is...

Wat is liefde? Ik vroeg het mij af toen ik op de radio het nummer “What is Love” van Haddaway, hoorde. Voor wie het niet kent: een enigszins dramatische populaire Dance plaat uit de jaren negentig. Het viel mij vooral op doordat hij in dit liedje zingt ‘…baby don’t hurt me, no more’. Dat klinkt aandoenlijk en roept voor mij vragen op. Liefde wordt toch minstens als iets plezierigs beschouwd?  Dat ‘Love’ soms ‘hurts’ is waarschijnlijk net zo vaak bezongen als het mooie ervan. Hurt en liefde, ze lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden, het geeft het bitterzoete accent aan liefde. Andere synoniemen die ik even snel kan bedenken voor liefde zijn: passie, trouw, vlinders, verbinding en delen. Maar liefde is subjectief. Ondanks een nauwelijks te benoemen gemeenschappelijke factor is liefde voor iedereen uniek. Ook  in de mate van uiten van je gevoel voor hem of haar en wat jij als blijk van liefde van de ander ziet, verschillen mensen van elkaar. Liefde is in het ideale geval wederkerig. Niet dat het perse minder intens hoeft te zijn bij een onbeantwoorde liefde maar het eenzijdige roept drama op. Het is overigens nog maar de vraag welke liefde bestendiger is in de hedendaagse samenleving: de beantwoorde liefde of de onbeantwoorde, die ook een leven lang kan blijven bestaan.  Een iets andere interpretatie van Eeuwige liefde, als in de zin van tot de dood toe blijven wachten op die ene onbereikbare vlam.  Eeuwige liefde roept ook een tegenstrijdigheid op met wat de statistieken laten zien over onze huidige  maatschappij: hoe kan zo iets ongrijpbaars als liefde eeuwig bestaan voor wie alleen wil consumeren? We blijven er wel in geloven als we er aan beginnen, want het is een mooi idee. Sprookjesachtig. Ze leefden nog lang en gelukkig. Wie wil dat niet? Iemand die altijd van ons blijft houden en die voor ons altijd op de eerste plaats komt vanaf het moment dat de vonken eraf vliegen, totdat we samen grijs, oud en gerimpeld zijn . Gelukkig krijgen we in de liefde vaak meerdere kansen als het met de eerste niet goed uitpakt. Hoe zit het eigenlijk met onvoorwaardelijke liefde? Bestaat dit, anders dan bijvoorbeeld in de liefde van een moeder voor haar kind? Net als waarschijnlijk velen met mij, ga ik graag uit van beantwoorde, onvoorwaardelijke liefde. Het zit in mijn aard om van een happy ending uit te gaan. Het heeft ook een soort van beloningselement. Dan heb je immers gevonden waarnaar  door zo velen met smacht gezocht wordt. Een bij veel mensen (waarschijnlijk vooral vrouwen) bekende cartoon, is “Liefde is…”,  van de cartoonist Kim Casali. Deze wordt al  sinds het begin van de jaren zeventig regelmatig in veel kranten over de hele wereld gepubliceerd. Die cartoon geeft ook maar gedeeltelijk antwoord op de vraag “Wat is liefde?”, want het zijn meer uitingen van liefde door het wat sullig ogende, lief en zonder kleding getekende, stelletje in de cartoon. Het verhaal achter de cartoonist zelf komt voor mij meer over als waar het hier om draait; zij begon deze tekeningetjes te maken toen ze als jonge vrouw verliefd werd op Roberto Casali, die later haar man werd. Toen hij haar ten huwelijk vroeg liet ze hem beloven haar nooit te verlaten. Het bijzondere in haar verhaal, of eigenlijk hun verhaal is dat ze samen besloten om nog een kind te maken toen bij hem ongeneeslijke kanker werd ontdekt. Ze hadden al twee kinderen. Het stel probeerde het voor hij dood ging nog op de natuurlijke manier maar dat had geen zwangerschap tot gevolg. Ze hebben toen zijn sperma ingevroren waarmee zij later, na een aantal mislukte pogingen toch nog een keer zwanger is geworden, nadat hij al was overleden. Dat was voor die tijd behoorlijk vrijgevochten, een postume bevruchting. Zij verklaarde in antwoord op de kritiek daarover dat het nóg een herinnering was aan haar fantastische echtgenoot. De geboortekaartjes die ze verstuurde waren, hoe kan het ook anders, geïllustreerd met een cartoon van “Liefde is…”.
Ik moet bekennen dat dénken over ‘wat liefde is’,  gemakkelijker gaat dan het opschrijven; de gedachten erover lijken net zo vluchtig als liefde zelf als ik ze probeer te vangen.  Misschien is dat de diepere betekenis achter mijn vlinder-synoniem, het fladderige, ongrijpbare en fragiele van liefde. Of is liefde vooral onlosmakelijk verbonden met chemie, want zonder feromonen is er geen vuurwerk. Ik voel mij intussen een heuse  pseudowetenschapper en vraag mij af of de vraag wel echt onderzoekbaar is. Hoe kan zo iets subjectiefs worden gegeneraliseerd naar een algemene (en beknopte) definitie? Complete regenwouden aan papier zijn er al over volgeschreven en de wetenschap doet alsof haar neus bloedt en begint er niet eens aan buiten de filosofische tak. Waar ben ik aan begonnen? Door in mijn werkgroep een artikel over de chemische boodschap in de menselijke traan te  moeten presenteren, en het horen van een vraag in een liedje, dacht ik het mysterie even te kunnen ontrafelen! Ik ken het alleen vanuit mijn eigen ervaring en kan er in zo’n sfeer meestal alleen maar over dagdromen in het kader van het onderwerp van mijn liefde. Het is zelfs niet iets dat met vriendinnen onder elkaar vaak wordt besproken, want die gesprekken over liefde kennen grofweg twee soorten: Alles willen weten van een nieuwe partner van een vriendin of samen doornemen wat er mis is gegaan wanneer een relatie over is. Ik heb nog nooit eerder simpelweg aan een vriendin gevraagd wat haar definitie van liefde is. Is liefde eigenlijk nog wel zo mooi als je het mysterie kan ontrafelen? Misschien moet het dat gewoon blijven, een mysterie. Zonder een meer bevredigend antwoord te hebben bedacht op de oorspronkelijke vraag van Haddaway sprong ik intussen met mijn gedachten naar een ander aspect van liefde: de ontvankelijkheid om liefde te kunnen herkennen. Dat kwam door een volgend nummer dat ik herkende op de radio, van Bob Marley: Could you be loved. Jezelf aan een ander verbinden en toch jezelf blijven, zoals hij bezingt vraagt een zekere bereidheid. Dat verbinden doet me denken aan de hechtingstheorie van Bowlby. Meer en meer wordt gedacht dat die theorie net zoveel opgaat bij volwassen mensen als bij jonge kinderen. Een goede (emotionele) gehechtheid maakt dat je op andere gebieden van je leven ook lekkerder functioneert, omdat je een veilige basis hebt waar je op terug kan vallen. Een bijzondere emotionele verbinding met een ander, dat vind ik wel een aardige verklaring voor nu. Liefde is ook (vooral?) een kwestie van chemie maar bovenal is Liefde te mooi om verder te ontleden. Liefde, alleen het woord al klinkt als muziek in de oren. 

woensdag 12 oktober 2011

Balans

Help! Ik moet mijn presentatie over het artikel van de chemische boodschap in menselijke tranen nog afmaken. Straks naar de werkgroep over somatoforme stoornissen. Tentamens voor eind oktober voorbereiden. Voor de pilot met de grote landelijke autorijschool moet ik verder schaven aan het pakket voor faalangst. Mijn huis opruimen. Boekhouding doen. Stop! Ik laat mezelf bijna helemaal in de stress schieten. En stress maakt ziek. Waarom stress ziek maakt gaat Dr. Brosschot binnenkort onderzoeken in Leiden, zag ik op de website van de universiteit. Hij was mijn docent voor het vak Stress, Gezondheid en Ziekte, vorig jaar. Ik vond dat een heel leuk vak en ook het boek dat erbij hoorde van Sapolsky, Why Zebras don’t get Ulcers was interessant. Stress hoort bij het leven maar chronische stress schijnt funest te zijn. We zouden als mensen wat meer moeten luisteren naar ons lichaam. In deze Westerse, individualistische maatschappij zijn we echter vooral gefocust op presteren. Ieder voor zich, en God voor ons allen, maar Die is in een vergeethoekje geraakt bij de meesten. Gisteren werd ik in een leuke discussie betrokken. In het rookhok bij FSW zat een groepje mensen met verschillende culturele achtergronden te praten over hoe koud Nederlanders zijn. Het waren merendeels bekende gezichten voor mij, een aantal van Politicologie en van Psychologie, waaronder eentje die met de master Sociale Psychologie bezig is. De enige Nederlander die tot dusver mee discussieerde was een meisje. Omdat ik zichtbaar geïnteresseerd vanaf een afstandje die discussie volgde vroeg de Marokkaanse jongen van Politicologie wat ik er van vond. Ha, dat vond ik leuk. Ik schoof mijn stoel bij de groep en vertelde dat ik mijzelf geen Nederlander voel. Ik weet het, daar moet ik mee oppassen, daarom zal ik proberen uit te leggen wat ik bedoel: De manier waarop bij ons bepaalde zorgtaken afgewenteld worden op de overheid. Het stoïcijns langs elkaar heenlopen, zonder op te kijken of te groeten. De focus die vooral op materiële zaken ligt en het gehaast doen. Ik heb een dochter die Culturele Antropologie studeert en toen ik tegen haar vertelde dat mensen met een psychische stoornis als bijvoorbeeld schizofrenie in Oosterse culturen veel beter  worden bejegend, dat ze meer in de gemeenschap opgenomen blijven dan hier in het Westen, wees zij mij op de andere kant: bijvoorbeeld homoseksuelen worden in die culturen vaak verstoten door de gemeenschap. Zo ging ook de discussie met het groepje in het rookhok. Ieder noemde wat voors en tegens. Beide stromingen hebben natuurlijk voor- en nadelen. We waren het er over eens dat het zo mooi zou zijn als alle mensen van elkaar konden leren, want ook hier gaat het om balans. Net als bij stress. Een beetje stress is goed, dat spoort ons aan, maar teveel, langdurige stress haalt ons uit balans. Een duidelijk voordeel van inter-culturalisatie vind ik persoonlijk terug in de keuken. Het komt zelden voor dat ik puur Hollands eten kies. Ook daar waren we het als discussiegroepje over eens. Het Hollandse meisje zei zelfs dat zij tot haar zesde jaar nog nooit eerder een aardappel op haar bord had gehad. Al vond ik het een beetje onwaarschijnlijk dat zij zei dat ze niet wist wat een aardappel was. Maar weet iemand een restaurant te noemen dat de Hollandse Keuken serveert? Ik bedoel anders dan een Pannenkoekrestaurant. Het is toch heerlijk om te kunnen kiezen uit Mexicaans, Italiaans, Indonesisch of een ander exotische keuken? Met geloof is het volgens mij de laatste tijd ook zo: we kunnen kiezen of we op een traditionele manier willen bidden en naar een kerk gaan of dat we via meditatie op een andere manier steun en vrede in onszelf proberen te vinden. De jongen in het groepje die uit Curaçao komt vertelde over het verschil dat hij ervoer toen hij na drie maanden daar weer terug was in NL. Een portier van FSW die ook even een sigaret kwam roken haakte aan en zei dat hij na een vakantie in Thailand pas goed besefte hoe gehaast we zijn hier. Toen ik mij hardop afvroeg of temperatuur van invloed is op het tempo waarin en de manier waarop we leven was iedereen het met mij eens. Als het zo warm is zoals in Curaçao of Thailand, kan je bijna niet anders dan een stapje langzamer lopen. De Indonesische jongen beaamde dat met het voorbeeld dat in Japan, waar een prestatiemaatschappij heerst, het aantal mensen met burn-out enorm is. Het klimaat in dat land varieert van een gematigd zeeklimaat tot in het meest zuidelijke deel een subtropisch klimaat. Via de warmte in de diverse landen kwamen we tenslotte uit op de warmte tussen mensen onderling. De Marokkaanse jongen vertelde hoe het in zijn cultuur er aan toe gaat op sociaal gebied. Dat voedsel en gastvrijheid vanzelfsprekend met anderen worden gedeeld. Ook mijn Indonesische buurvrouw leerde mij dat: op nieuwjaarsdag staan op haar thuiseiland de voordeuren van iedereen wijd open. Het is dan traditie dat iedereen bij elkaar binnenvalt en mee eet van de rijkelijk aanwezige hapjes. Ja, wij hebben oliebollen met Oud & Nieuw. Die kennen ze nergens anders. Er zijn maar weinig gerechten die je wereldwijd aantreft. Mac Donalds doet zijn best daarin maar behalve de grote letter M die overal ter wereld gelijk is, varieert het menu toch wel per cultuur. Chinees eten leek mij het enige universele eten te zijn. Totdat ik eens in Parijs een Chinees restaurant bezocht; helemaal geen bami of nasi op de kaart te bekennen. Het was inmiddels tijd om het rookhok te verlaten en weer terug te gaan naar onze studieactiviteiten. Grappig eigenlijk hoe roken tot zoiets leidt. O nee, ik zal roken hier niet goed gaan praten maar als je ook daar balans in kan vinden is het leven toch gewoon verrukkelijk?

woensdag 5 oktober 2011

Eten bidden beminnen

Het was al kwart voor zes toen we,  Sam, mijn dochter, en ik, bedachten dat we eigenlijk trek hadden in een stukje hartige taart van de Bakkerswinkel als avondeten. “Jaaaa”, zei Sam genietend van het idee. Ik wierp tegen dat het al te laat was, die winkel sluit om zes uur en het is veel langer rijden dan een kwartier, dacht ik. Ongelovig keek ze me aan. Hoe kon ik dat nou zeggen. “Op de fiets”, zei ik. “Nee, met de auto natuurlijk, jij wil tegenwoordig overal met de fiets naartoe”, kreeg ik van haar terug, terwijl ze me enigszins smekend aankeek. Ik was snel overgehaald want ik kon ook niet veel anders bedenken voor het eten vandaag.  Dat heb je soms, dan heb je iets in je hoofd en moet je het hebben ook. “Kom op dan! We gaan nu direct!”, zei ik, ondertussen mijn autosleutels uit mijn tas vissend. We holden de deur uit, sprongen in de auto en gehaast reed ik weg. Je zal het altijd zien, als je haast hebt zitten er slome duikelaars voor je op de weg. Het viel nog mee. Onderweg bedacht ik waar we het best konden parkeren. Die winkel zit in een oud straatje, halverwege twee parkeerterreinen en vanaf beide moet je een stukje lopen. Ik koos het grootste parkeerterrein en dat koos de bestuurster van de auto voor mij ook. Tergend langzaam reed zij voor mij het parkeerterrein op. Ik bedwong mijn ongeduld nauwelijks. Tot overmaat van ramp ging ze zonder richting aan te geven achteruit in parkeren. Nijdig maakte ik een gebaar met mijn hand dat staat voor “knipperlichten” (althans, bij mij thuis) en scheurde daarna met piepende banden om haar auto heen. Ik vind dat nog steeds stoer klinken, banden die piepen als je optrekt. Ik dacht dat Sam het beste vooruit kon hollen maar omdat ik gemakkelijk een parkeerplaatsje vond rende ik maar meteen met haar mee. Al rennend bedachten we hoe ironisch het zou zijn als de zaak toch net dicht was. Of nog erger: als ze geen hartige taart meer hadden. Al vanaf een afstandje zagen we dat de winkeldeur nog openstond. We vielen zowat letterlijk met de  deur in huis. De winkeljuffrouw keek verrast op en vroeg wat we wilden hebben. Ik moest eerst even op adem komen en gebaarde hijgend naar Sam dat zij het woord moest doen. Sam vroeg of ze nog hartige taart had en de juffrouw pakte een blaadje waarop het assortiment beschreven stond en zei dat alleen de ragouttaart er niet meer was. Gelukkig was dat nu net de taart waar we geen belangstelling voor hadden. We bestudeerden de lijst even, het zag er allemaal heel lekker uit. De Bakkerswinkel is een bakkerij met eetgelegenheid. Het interieur ziet er niet uit, echt allemaal bij elkaar geraapt oud en krakkemikkig meubilair. Dat is, naast het lekkere eten, ook de charme van deze zaak. Het hele etablissement bestaat uit gekke hoekjes, aanbouwtjes, een langwerpige serre met een volière achter glas en een heerlijke tuin. De tafeltjes in de serre zijn voormalige naaimachinetafeltjes met aan de onderkant een trapmechanisme. Het is mooi van lelijkheid zou mijn oma zeggen. Het eten is heel ambachtelijk en varieert van sandwiches waar je beleg en dressing zelf samenstelt tot hartige taarten, heerlijke zoete taarten en je kunt er ook high-tea-en. Toen de kinderen nog klein waren gingen we er zaterdags tijdens het winkelen vaak even naartoe. We hadden onze keus snel gemaakt en bestelden een stuk tomatenquiche en een stuk gehakttaart. Terwijl die werden afgesneden stonden we verlangend te kijken naar al het zoete lekkers in de vitrine en besloten meteen maar een toetje mee te nemen. Een stuk cheesecake voor mij en Sam ging voor een scone met clotted cream. Blij met onze aankoop liepen we een heel stuk rustiger dan op de heenweg daarna de winkel weer uit terug naar de auto. Lachend omdat we op tijd geslaagd waren gingen we terug naar huis. Terwijl de oven aan het voorverwarmen was besloten we onder het eten de film Eat Pray Love te gaan kijken. Toepasselijk.